"Je kunt wel denken dat je een groot licht bent maar ook de hoogste lantaarn kan niet voorkomen dat de kleinste hond er tegenaan pist"
Onbekend
De kans is klein, dat een reisbureau een weekje Sahara aanbiedt voor het hele gezin. Want voor ons is de woestijn een immense zandbak, waar wegen zeldzaam zijn en water nauwelijks te vinden is. Toch zijn er monniken geweest, die de woestijn als een geliefde plek beschouwden. Zij vonden er rust en stilte en kwamen zo op het spoor van God. In de bijbel speelt de woestijn ook een belangrijke rol. Veertig jaar zwierf het joodse volk door de woestijn. Dat was iets anders dan de vleespotten van Egypte. Zij zwierven van hot naar haar, moesten zich bijna alles ontzeggen en verzuchtten: “laat ons hier maar sterven”. De woestijn werd echter ook de plek, waar zij bronnen met water vonden en eten voor onderweg. Jazelfs, zij kwamen er rijker uit. Want Mozes had hen de tien geboden gegeven. En uiteindelijk kwamen zij toch in het beloofde land. In de liturgie van de kerk is de woestijn altijd een beeld gebleven van een tijd, waarin alles veel soberder moet, waarin eenvoud de boventoon voert. Een beeld ook van verlatenheid, lege handen, van crisis en “zal het ooit nog weer goed komen?” Wanneer je weinig hebt en sober moet leven, dan ga je op zoek en word je creatief. Op zoek naar de bron van het leven of bronnen waaruit je kunt leven. En wat is dan die bron? Wie is die bron? En zijn er meerdere bronnen? Het zijn allemaal vragen die in iedere tijd van bezinning weer naar voren komen. Het zijn ook vragen die ieder aan zichzelf kan stellen. Juist in deze veertig dagen tijd. In alle rust en stilte gaan wij op zoek naar onze bronnen. Er zijn mystici die ons teksten aanreiken waarin zij vertellen over hun zoektocht naar de bronnen. In de stilte ontdek je de innerlijke ruimte in jezelf: daar waar je diepste verlangens leven, vreugde, angsten en zorgen. Dat is misschien ook de plaats waar God aanwezig is in ons. In de veertig dagen tijd willen wij in de verkondiging op zoek gaan naar die bronnen. Eén ding weten wij wel: Jesus wordt vaak de bron genoemd.
Teksten van mystici drukken wij af in de liturgie-boekjes.
Namens de parochianen die voorgaan
Jan en Henk.
"Je kunt wel denken dat je een groot licht bent maar ook de hoogste lantaarn kan niet voorkomen dat de kleinste hond er tegenaan pist"
Onbekend