19e zondag door het jaar, Jaar A, 13 augustus 2017, W&G, Josephine van Pampus

Vertrouwen dat het water draagt

Alles gedaan wat God hem heeft gevraagd. Gestreden tegen de afgoden, tegen Baäl. Mensen gewaarschuwd, laten zien dat de Heer de sterkte is, en toch niet erkend. Honderden profeten van Baäl werden op zijn bevel vermoord, en nu moet hij op de vlucht voor Izebel, want zij heeft hem verzekerd: ‘De goden mogen mij dit doen en nog erger als Elia niet binnen 24 uur het lot van mijn vermoorde profeten deelt’. En dan wordt het Elia teveel. Elia, de man Gods, durft niet meer. Te moe, teveel gezien, teveel bloed vergoten. Hoe kan hij de Eeuwige nog aanzien? Hoe kan hij nog opkijken? Hij loopt naar de woestijn, waar God het volk nou net had uitgeleid. Tegengestelde richting. Hij wil dood – de Eeuwige mag zijn leven nemen. Voor Elia is het verhaal over en uit. Hij kruipt weg in de aarde, onder een struik. Nutteloos mens zoals hij zich voelt. Geen haar op zijn hoofd die er aan denkt om het te roepen: Dan nog, klamp ik mij vast aan jou – en op genade of ongenade zal ik red mij roepen – Elia durft niet meer, laat staan die laatste drie woorden van het lied: of zoiets als heb mij lief. Die zijn er niet voor hem.

Dat is Elia – een mens die zichzelf heeft veroordeeld – maar buiten de genade van de Eeuwige heeft gerekend. Want voor de Eeuwige begint het verhaal met Elia nu pas echt. Omdat Elia eindelijk bij de kern van zijn bestaan is gekomen, de bodem van zijn ziel, en zijn duisternis aan het licht is gekomen. Dat is het moment dat de Eeuwige roept:  ‘Kom’. Sta op, eet en ga. Want Elia, ik heb jou nodig. Jij, Elia, jij mag leven in het Licht van mijn gelaat. Kom. Sta op.
En daar zit de crux. Die paar woorden die tot jou worden gezegd: kom, sta op, ik heb jou nodig. Jij mag leven. Dat is de ontferming waar het vandaag om gaat. Woorden gesproken tot Elia, tot Petrus, tot jou en mij. Woorden die wij zouden moeten herkennen in de wereld van alle dag. Die wij zelf zouden moeten spreken, van mens tot mens, kom, sta op. Ik heb jou nodig want wij zijn onopgeefbaar verbonden met elkaar. Ik heb jou nodig, woorden die tot leven brengen.

 

En dan lees ik zomaar wat berichten deze week.

Oorlogstaal, Trump en Kim Jong-un die serieuze bedreigingen uiten naar elkaar. “Als hij iets doet tegen Guam, gaan er dingen in Noord-Korea gebeuren die niemand ooit heeft gezien”. Twee onervaren en vooral onvoorspelbare heethoofden van staten die een wereld kunnen doen laten schudden en niet onder willen doen voor elkaar. Agressie, angst; een mens die een ander niet vertrouwt en zich ingraaft voor je weet maar nooit. Ben je er nog, God?

Dichter bij huis: twee kinderen, 11 en 12 jaar oud, opgegroeid in Amersfoort moeten terug naar Armenië. Een land waar ze nog nooit zijn geweest – in hoeverre kan je het geluk van een toekomst zo’n andere kant op sturen? Op ongenade of genade, ben je er nog God?

Een jonge vrouw hier in de buurt die wanhopig op zoek is naar hulp in de GGZ wordt van muur naar kastje gestuurd en weer terug – het enige dat ze vertrouwt is de vergetelheid van de drank.

Om ontferming God, klamp ik mij vast aan jou.

En ergens in Rotterdam weet een radeloze moeder niet naar wie te gaan en legt haar dode baby in een plantenbak. Godallemachtig. Hoe kan dit drama bestaan?

Wie heeft wie nog lief?

 

Zo af en toe lijkt de wereld weer de oerchaos van het begin. Woest, leeg, duisternis die over de diepte ligt, en de Geest van God zweeft over de wateren. Alsof ze zoekt maar een plek om te landen. Een plaats waar het leven dat Hij, de Eeuwige ons aanbiedt, ook werkelijk wortel kan schieten. Maar zolang het chaos is, is er geen plek, is er geen ruimte.
Hoe doe je dat: geloven dat de chaos draagt, dat jij als mens daar niet in meegezogen wordt? Dat je blijft geloven in leven, in toekomst, in hoop, tegen alle duister in? Een duisternis die misschien wel tot in de kern aan het licht gebracht moet worden voordat je weer kansen ziet?
Hoe doe je dat? Als je geen licht meer ziet. Geen toekomst?
Hoe doe je dat? Vragen mensen mij wel eens. En soms weet ik dat gewoon niet.

 

Geloven dat het water draagt: dat klinkt bijna te vreemd in onze oren. Maar het zou wel eens onze redding kunnen zijn.  Het is niet voor niets dat dit verhaal van Jezus en Petrus, dat we net hoorden, direct staat na het verhaal van de broodvermenigvuldiging dat op elkaar rijmt. Geloven in wat niet kan, en over je willen toevertrouwen aan elkaar. Zo hebben duizenden en duizenden mannen en vrouwen geluisterd naar Jezus totdat de leerlingen naar Jezus toegingen en Hem zeiden: stuur die mensen weg want ze hebben niet te eten.

Maar dat doet Jezus niet. Hij zegt: “geven jullie heb maar te eten”. Het klinkt alsof je een psychiater hoort zeggen bij het probleem van een patiënt: “en hoe denk jij het op te gaan lossen?”. “Geven jullie hen maar te eten’. En je hoort de leerlingen denken: díe is effe gek. 5000 mannen, dus meer dan 10.000 mensen, en die eten geven met 5 broodjes en 2 visjes? Die is gek! Dat kan nooit.

 

Maar het kan wel.

Omdat Jezus geloofde in die gekte. Omdat Jezus gelooft in de ontferming, dwars tegen alle haat en wraakgevoelens in. Dwars tegen alle gevoel in om mensen aan hun lot over te laten. Het wonder zit niet in de hoeveelheid brood dat na het delen wordt opgehaald. Die hoeveelheid dat is het gevolg van het wonder, maar niet het wonder zelf. Het wonder is de ontferming, is het geloof, is de zegen, en de moed om te doen wat ondenkbaar is. Dát is het wonder en daar doet al het andere niets meer aan af of toe.

Want natuurlijk zijn mensen doordat Jezus vertrouwen had en zomaar begon, ook zelf begonnen met delen. Natuurlijk hadden mensen brood mee, meer dan genoeg. Maar wie begint? Wat Jezus liet zien is wat er kan gebeuren als je je lot uit handen durft te geven. Zoals Hij later zelfs zijn leven uit handen geeft.

Het wonder is de ontferming. Het wonder is die ene mens die zich over de ander wil ontfermen. Het wonder zit hem in die ene mens die roept om hulp, gehoor vindt bij de ander. En omdat jij misschien eindelijk durft te roepen: lief mens naast mij, red mij alsjeblieft. Pak mijn hand, want lief mens naast mij, ik kan niet zonder jou. Ik heb je nodig. Wees er alsjeblieft voor mij.

Misschien is dat het antwoord op de vraag hoe je nog kan geloven tegen alles in.

 

In die woorden zit het wonder, en daarin loopt het verhaal van het dragende water naadloos over.  Want lopen over water is de dood weerstaan. Is geloven dat jij als mens de chaos kan weerstaan. Dat jij als het ware over water kan lopen. En dat je mag roepen naar de andere mens “help toch alsjeblieft, want ik kan het eventjes nu niet zonder jou”.  Vertrouwen dat je het kunt, en vertrouwen dat er ontferming is.

Zo “liep” Jezus over het water naar zijn doodsbange leerlingen toe.

 

En Petrus heeft het door. “Dat wil ik ook!” zegt hij. En Jezus zegt doodleuk: “Kom”. Wát een uitnodiging! En zo stapt Petrus over het randje van de boot en loopt over het water naar Jezus toe.

Ieder mens heeft die belofte in zijn of haar handen gekregen. Wordt in feite uitgenodigd met dat ene woordje “Kom!”. En Petrus, de rots in de branding, neemt de uitnodiging aan. Hij weerstaat de chaos – totdat hij twijfelt, om zich heen kijkt, de hoge golven ziet en de angst hem naar de keel vliegt. Dan zinkt hij als een baksteen om door de hand van Jezus gered te worden. “Kleingelovige” noemt Jezus hem dan. Maar ik denk wel eens: wat een geloof, wat een vertrouwen om toch te durven beginnen aan het onbestaanbare. Wat moet je een geloof hebben om die allereerste stap te durven nemen, zonder echt te weten dat je het kan. En wat een geloof moet je hebben om te durven roepen om ontferming, als het vertrouwen je zo in de steek laat.

 

Dan is er die hand, die je misschien zo lang al hebt afgeweerd – denkend ik kan het allemaal wel zelf. Totdat je het mag ervaren: Hij sleurt je niet, Hij tilt die sluier van je angst op. Van je eigenwaan, van je wantrouwen. En het wordt jouw verhaal. Amen

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.