22e zondag door het jaar, Jaar A, 3 september 2017, W&G, Mirjam Verstraelen

 

Overweging van 3 september 2017 door Mirjam Verstraelen

 

Hoe imperfect zijn wij? Wat is ons menselijk tekort? Hoe gaan we daarmee om? Waar willen we heen? Vragen die zouden kunnen opkomen bij De Denker van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin. Op de voorkant van de orde van dienst vindt u een afbeelding van dit beeld. De kunstenaar ontwierp dit bronzen beeld in 1880 als onderdeel van de bronzen Poort der Hel. Aan de bovenzijde van deze poort was het beeld van een peinzende en dichtende man te zien. Dit stelde de Florentijnse dichter Dante Alighieri voor. In zijn werk ‘Divina Commedia’ reist hij van de hel door het vagevuur naar het paradijs. Als zelfstandig beeld werd het werk bekend onder de naam Le Penseur en er zijn meerdere afgietsels van gemaakt. Dít beeld stond in de tuin van het Singer Museum te Laren. Het werd in 2007 gestolen door koperdieven maar gelukkig 2 dagen later teruggevonden, zij het zwaar beschadigd door een slijptol. We zien dat de hersenpan open ligt, het gezicht is verminkt: ecce homo. Zijn we dat niet allemaal ergens op onze levensweg: geraakt of aangetast door het leven zelf. Ieder van ons maakt tijdens zijn leven tegenslagen mee, teleurstellingen, ziekte, dood. Hoe gaan we daarmee om en hoe verhouden we ons tot God? Daarover gaan de lezingen van vandaag. Ook Jeremia en Petrus zitten in de put, zijn vertwijfeld. Ze deden me denken aan Rodins beeld.

In de evangelielezing van Matteus vertelt Jezus dat Hij in Jeruzalem zal moeten lijden en ter dood veroordeeld wordt. Petrus schrikt zich een hoedje. Hij kijkt op tegen Jezus, hij bewondert Hem, hij houdt van Hem. Nog maar pas geleden heeft hij Jezus herkend als de Messias, de Zoon van de Levende God. Jezus heeft hem ‘de steenrots van de kerk’ genoemd. Petrus wil Hem volgen, hij wil er niet aan dat Jezus doodgaat. De mededeling dat Jezus zal verrijzen dringt helemaal niet tot Petrus door. Zo gefocust is Petrus op het eerste deel van diens boodschap. De reactie daarop van Jezus is nogal fel: “Ga weg, satan, terug (in het Grieks staat: achter Mij)!” Hij noemt Petrus hier een satan d.w.z.een tegenstander, iemand die zich dwars opstelt. Jezus vertelt hem: Jij bepaalt niet wat en hoe mijn levensweg is, het is Gods wil. Je mag Mij dus niet tegenhouden op Mijn weg, je moet achter Mij aankomen, dáár is de plaats van wie mij wil volgen. Jezus noemt het/ hem een steen des aanstoots; maar volgens mij wijst Hij daarmee Petrus zelf niet af, alleen zijn redenering. Dat blijkt uit het volgende stukje waarin Hij Petrus, de leerlingen en ook ons duidelijk maakt wat volgeling zijn inhoudt: het is soms een lastige weg. Hem volgen betekent: ‘breken met jezelf en het kruis oppakken’. Het betekent: lijden van jezelf en anderen, problemen, grote uitdagingen niet uit de weg gaan, maar ze een plaats geven in je leven.  En daarbij is het de uitdaging om menselijke overwegingen en overtuigingen los te laten als vaststaande waarheid, om open te staan voor God en voor Zijn weg, die voor ons nog onduidelijk is en niet zichtbaar. We hoeven niet onze eigen wil uit te schakelen, we mogen heus ook nog onze emoties tonen, maar Jezus vraagt: geef ruimte aan God, geloof, en probeer voor jezelf te ontdekken: wat wil God met mij en wat wil ik daarmee. We moeten ons niet vastklampen aan macht, aanzien, materie of een lang leven. Dat noemt Jezus je leven verliezen. Als we dat allemaal durven los te laten vinden we ander geluk zoals vriendschap, verbondenheid. En Jezus stelt in het vooruitzicht dat er na deze wereld een andere wereld is. Gods rijk van liefde.

Het is de mens misschien eigen om vast te houden wat hij heeft (is dat soms een restant van, een oerkracht van overleven vanuit de prehistorie?). Bij ziekte, een sterfgeval en andere tegenslag denken we: waarom overkomt mij dat? Heeft God mij verlaten? Jeremia doet dat ook. In de eerste lezing horen we hoe deze profeet niets meer van God wil weten: “Ik wil er niets van weten, ik spreek niet meer in zijn naam.”Hij wil meerdere malen opgeven; hij wordt als profeet, als door God geroepene, door de inwoners van Juda bespot, geslagen en zelfs gevangen gezet, juist omdat hij het woord van God laat horen. Het is ook geen fijne boodschap die hij brengt: het volk is ontrouw, het einde van het koninkrijk Juda is nabij, de stad zal door Babylonië worden veroverd. Na de twijfel en al het klagen keert bij Jeremia de zekerheid terug: Ondanks alles vertrouwt hij op God,: “maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente”, horen we. Het is zwaar om profeet te zijn maar hij kan niet anders. Jeremia laat ons daarmee weten: God is er door alle pijn, vertwijfeling en ellende heen. Juist dan is Hij er, maar je herkent het niet (altijd).

Gods wil volgen is een levenslang project. We hoeven ons geen zorgen te maken als ons dat niet snel of makkelijk lukt. Ook Jezus en Jeremia, niet de minsten, worstelden ermee. We zijn niet volmaakt, maar we kunnen keren omgaan met onze imperfectie. Daar is moed, compassie en verbondenheid voor nodig. Dr. Brené Brown, professor aan de universiteit van Houston, schreef hier een inspirerend boek over: ' De moed van imperfecie, laat gaan wie je denkt te moeten zijn' . Een citaat van ene Margaret Young in dit boek vind ik passend op deze plaats: "Mensen proberen vaak achterstevoren te leven: ze streven ernaar meer spullen of meer geld te hebben om meer te kunnen doen wat ze willen, om gelukkiger te zijn. Maar eigenlijk werkt het precies andersom: eerst moet je ernaar streven te zijn wie je werkelijk bent, vervolgens doen wat je werkelijk moet doen, om te kunnen hebben wat je wilt."

Veel mensen geloven tegenwoordig niet meer in God.  Wie Jezus echter durft te volgen en niet vasthoudt aan zekerheden, zal geluk vinden. Mogen wij vertrouwen op God en zijn niet aflatende kracht in ons leven voelen. 

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.