Overweging van 5 november 2017 door Phil Jacobs

Overweging van 5 november 2017 door Phil Jacobs

31ste zondag door het jaar

De laatste weken horen en lezen we dagelijks verhalen in het kader van de ‘Me too’ actualiteit. Na de berichtgeving over misbruik in de kerken volgden bekendmakingen over soortgelijk misbruik binnen de sport- en jeugdverenigingen. Nu komen verhalen aan het licht uit een ander onderdeel van de samenleving: machtsmisbruik in de wereld van de film, toneel en tv. Al deze berichtgeving gaat over mensen die een bepaalde positie in de samenleving bekleden en daar aanzien, respect, bekendheid aan ontlenen. Mensen die geroemd worden om het werk dat ze verrichten en zo een grote en belangrijke bijdrage leveren aan geluk en roem in de maatschappij. Roem, respect, aanzien, bekendheid. Maar heel vaak ook macht. Macht, die maakt dat je invloed kunt uitoefenen. Je wil denkt op te kunnen leggen, anderen te mogen gebruiken, te misbruiken. De profeet Maleachie noemt ‘het afwijken van de leer van God, mensen laten struikelen’. Jezus van Nazareth spreekt over ‘niet doen wat je zegt’. Iets in de mens maakt het moeilijk héél te zijn. Alsof we een gespletenheid in ons hebben. Zijn we oprechte mensen?

 

De profeet Maleachie waarschuwt voor wat er fout gaat wanneer we geen gehoor geven aan de intentie van de leer, die Mozes op de berg Horeb op de twee stenen tafels heeft ontvangen. Maleachie houdt ons voor dat we in verleiding komen om zelf te bepalen wat we doen. Dat we los van anderen, los van de samenleving zelf denken te weten wat goed en kwaad is. Elkaar bedriegen, gebruiken, misbruiken ligt dan op de loer, omdat we onszelf als centrum van het leven stellen. We schenden daarmee ’het verbond van onze vaderen’, zegt Maleachi.

 

Jezus van Nazareth zegt het ons in andere woorden. Over de farizeeën en schriftgeleerden zegt hij: ‘ze doen niet wat ze zeggen’, ‘ze houden mensen wel de leer voor en formuleren op grond daarvan ondraaglijke lasten voor mensen’, ‘ze zijn uit op aanzien en eretitels’. Toonaangevende mensen in kerken, in organisaties denken macht te bezitten en handelen daarnaar, los van wat ze met woorden belijden. Dat gebeurde in de tijd van Maleachi, in de tijd van Jezus, maar ook nog steeds in onze tijd komt het dagelijks voor. Jezus’ woorden zijn een aanklacht tegen de leiders in het Jodendom, maar ook tegen leiders in kerken in onze tijd. Jezus waarschuwt: wees oprecht, maak geen misbruik van je positie.

Jezus beperkt zich in zijn adressering niet tot deze aanklacht tegen de leiders van die tijd. Hij zegt tegen zijn leerlingen en tegen de menigte: ‘maak niet dezelfde fout, laat je geen Rabbi noemen’. Wat Jezus zegt tegen de kerkelijke leiders betreft niet alleen hen, maar alle mensen, op welke plaats je ook staat in de maatschappij. Hij zegt het ook tegen de mensen tot wie hij spreekt. ‘Wie de grootste wordt – wie een bepaalde functie vervult – moet dienaar worden’. De ene positie is niet belangrijker dan die van de andere. Wanneer de koster zijn werkzaamheden in onze kerk staakt, is het hier koud in de kerk, branden er geen kaarsen. Dan is het gebouw niet klaar om in samen te komen. Wanneer het boekje dat u bij binnenkomst hebt ontvangen, niet wordt opgesteld en gedrukt, kunt u niet actief meevieren. De ene functie kan niet zonder de functie van anderen. Daarbij is de ene niet voornamer dan de ander. Mensen zijn gelijken in die zin, dat we niet zonder elkaar kunnen. In het samen bouwen aan een gemeenschap draagt ieder het zijne, het hare bij. Allen zijn we van belang voor het reilen en zeilen van onze gemeenschap. Ieder vanuit de positie die we innemen met onze eigen talenten, ons eigen karakter, zonder naar belangrijkheid van die positie te kijken.

 

Jezus ’woorden reiken echter verder dan het samen geloofsgemeenschap vormen. Zoals hij ieder in de geloofsgemeenschap oproep dienaar te zijn, zo vraagt hij de gemeenschap dienstbaar te zijn aan de wereld om ons heen. Doel van een geloofsgemeenschap is niet om het samen goed en gezellig te hebben. Als geloofsgemeenschap – zo zegt Jezus – dienen we óm te kijken naar de wereld om ons heen. Een wereld waar mensen in verdrukking leven, mensen aan hun lot overgelaten worden, mensen zich alleen voelen.

Nog even de afbeelding op de voorkant van het boekje erbij halen. Een kring met mensen. Maar hoe staan zij? Sommigen kijken naar elkaar, anderen kijken naar buiten. Mensen en ook gemeenschappen zijn geen eenlingen, die los in de samenleving steen. De oproep in beide lezingen luidt: stel je dienstbaar op naar de gemeenschap waarin je verkeert en ben als gemeenschap dienstig aan de samenleving. Ze nodigen ons uit om telkens goed naar onszelf te kijken. Om naar ons gedrag, onze houding, onze intentie in het leven te kijken. Hoe gedraag ik me, hoe ga ik om met mijn positie, met mijn invloed, met mijn macht? Ben ik dienaar aan het geheel? Ben ik die gelijke aan anderen. Of voel ik me toch net wat belangrijker omdat …… Vul dat zelf maar in. Jezus houdt ieder van ons een spiegel voor.

 

Wanneer we kijken naar onze gemeenschap hier op ’t Zand, zijn wij die eenheid, die Jezus van ons vraagt? Die eenheid van gelijkwaardigheid van elk lid? Is de koffiezetter op zondag even belangrijk als een lid van de pastoraatsgroep? Is de voorganger meer van waarde dan degene die zorgt voor de bloemen in de kerk? Onze samenleving hangt aaneen van structuren waarin meestal sprake is van een piramidemodel. Hoe hoger in die hiërarchie, hoe belangrijker. Dat is in kerken en in onze gemeenschap niet anders. En toch. Maleachi en Jezus van Nazareth houden ons voor: we zijn dienaren voor elkaar. Dienaar. Vaak noemen we een dienaar een ondergeschikte. Een omschrijving die meer aansluit bij de woorden van Jezus is: diensten verricht voor een groter geheel. Dienstbaar zijn. Natuurlijk, ik vind mijn bijdrage aan het geheel belangrijk. En om eerlijk te zijn ook wel eens belangrijker dan de bijdrage van een ander. Moet ik mijn spiegel dan eerst toch maar eens schoon maken voor ik erin kijk?

 

Lezingen Maleachi 1: 14b – 2: 2, 8-10 en Matteüs 23: 1-12

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.