Overweging van 21 januari 2018 door Huib Klamer

Overweging 21 januari 2018

Wat is onze roeping? Bij roeping denkt u misschien aan priesters, religieuzen. Dat is niet verkeerd, maar het gaat ook om onszelf. Lees de teksten Abraham en de leerlingen; geen van hen was een religieuze. Het gaat om de vraag: wat willen we met ons leven?
In de bijbel staan veel roepingsverhalen. Mensen die ontdekken wat zij ten diepste willen, een nieuwe koers inslaan. Vorige week lazen we over de roeping van de jonge Samuel, die profeet zal worden. Ik noem nog een profeet: Jona. Een heel bijzondere profeet, want Jona probeert zijn roeping te ontvluchten. Hij wordt door Gd geroepen naar de grote stad Nineve, in het Oosten, maar hij heeft er geen zin in. Hij slaat een totaal andere richting in, scheept zich in op een schip. Maar via een schipbreuk, de maag van een walvis, komt Jona toch op zijn bestemming, Nineve, terecht. Gd laat Jona niet los.
Jona-complex, zo noemt de psycholoog Abraham Maslow: mensen die weglopen voor hun roeping, die een leven leiden waartoe zij niet geroepen zijn, dat zij ten diepste niet willen.
Een belangrijke vraag: doen we wat we ten diepste willen? In ons beroep, in ons gezin, in onze vrije tijd. Of lijden we aan het Jona complex? Als we aan die vraag voorbijgaan, glipt het leven ongemerkt aan ons voorbij.


Wat leren ons de twee roepingsverhalen van vandaag? We hoorden de stem die tot Abraham spreekt: “Trek weg uit uw land, uw stam en ouderlijk huis, naar het land dat Ik u zal aanwijzen.” Abraham verlaat Haran, de woonplaats van zijn familie. Hij wordt migrant, nomade, gaat op weg naar een onbekende  bestemming. Een enorme stap: je veilige vertrouwde omgeving verlaten. Wat gebeurde er precies bij de roeping? Die roeping is in een paar woorden opgeschreven maar het moet een langer proces zijn geweest. Een proces van overwegen, kritische reflectie, bidden. Loslaten van het oude en vertrouwde. Komen tot een nieuwe levenskeuze, een nieuw perspectief. Een nieuw geloof ook. De Joodse traditie gebruikt vaak verhalen, midrashiem, om duidelijk te maken wat teksten betekenen. In één van die verhalen heeft Terah, Abraham’s vader, een winkel in afgodsbeelden. Mensen geloofden in vele goden. Abraham steekt de draak met de afgodsbeelden en met de mensen die ze komen kopen. Hij zegt eens tegen een klant: U bent meer dan 50 jaar oud en u gelooft in een afgodsbeeld dat nog maar een dag oud is, dat mijn vader gisteren heeft gemaakt. Een andere keer breekt Abraham een afgodsbeeld. Als zijn vader vraagt wat er is gebeurd, zegt Abraham: de afgodsbeelden maakten ruzie met elkaar. De sterkste afgod heeft de andere kapot gemaakt.
Zijn vader zegt dan: dat kunnen afgodsbeelden niet. Abraham: hoe kunt u dat nu zeggen want u gelooft in de afgoden en hun beelden. U begrijpt: Abraham krijgt een probleem met zijn vader. Een generatieconflict. Meer nog een geloofsconflict.
Abraham breekt met het traditionele geloof van zijn ouders en voorouders. Die aanbaden de zon, maan, sterren; de goden van de regen, oogst; vruchtbaarheidsgoden en - godinnen. Abraham komt tot een nieuw Godsbesef: het besef van één allerhoogste Gd. Gd, de Ene. Gd die boven de natuurkrachten staat. Ook een Gd die nabij is. Een God, die partner is, helper.
Abraham neemt afstand van het veelgodendom, wordt de grondlegger van de monotheïstische wereldgodsdiensten: Jodendom, Christendom, Islam. Abraham wordt stamvader van het Joodse volk, verandert de loop van de geschiedenis. Dat  is zijn roeping geweest.

Die geloofs-omkeer bij Abraham moet een grote worsteling geweest zijn, een innerlijke zoektocht: wat geloof  ik wél, wat níet. Moed ook om afstand te nemen van het geloof van zijn ouders. Herkennen we iets van die worsteling? Als jongen kon ik ook niet uit de voeten met de geloofsopvattingen waarmee ik ben grootgebracht. Ik ben toen op zeker moment ook op zoek gegaan om Gd op een nieuwe manier te ontdekken. Ik werd een spirituele nomade, die zoekt naar spirituele plekken waar inspiratie te vinden is. Abraham is een voorbeeld voor mij, misschien voor u. Voor mensen, die zoeken die niet meer geloven in oude verhalen en dogma’s. Opnieuw willen beginnen.
Abraham slaat een nieuwe eigen weg in, wordt ook een ander mens: grootmoedig, gastvrij naar vreemdelingen, vrijgevig, gunt zijn neef Lot het beste land, zet zich tot het uiterste in om het leven van Lot te redden. Abraham is een voorbeeld-gelovige, een voorbeeld-leider ook.
Ook iemand die zich laat leiden. Hij vertrouwt op Gd, ook al heeft hij regelmatig twijfels. En het gaat hem goed in zijn leven.

Dan de tweede lezing over de roeping van de eerste discipelen. Abraham is een patriarch, met veel have en goed en mensen. De discipelen zijn gewone lieden zoals u en ik. Hardwerkende vissers. We lezen hoe hun roeping verloopt: Jezus ziet hen, spreekt hen aan, roept hen. Jezus zoekt het contact. En dat contact slaagt. Terstond laten ze alles achter zich, gaan Jezus achterna. Ze komen tot het inzicht: onze roeping is het deze man te volgen. Vermoedelijk kenden ze Jezus al wel langer want Jezus woonde in Kapernaum, een plaatsje dat ligt aan het meer van Galilea. In latere verhalen blijken de leerlingen vissers te zijn gebleven. We hoeven niet een ander beroep te kiezen om Jezus te volgen.

Roeping in onze tijd begint met de vraag: wat verlang ik ten diepste. Waarin geloof ik.
Hoe leg ik in mijn leven de relatie met Jezus. Zo nodig loslaten wat je ouders je vertelden.
Misschien van beroep veranderen. Maar dat hoeft niet per se. Ik kan óók de dingen die ik doe in mijn leven, op een ander manier gaan doen. Ik kan de vraag stellen: Wat kan ik op mijn plek met mijn kwaliteiten betekenen? Ieder kan ontdekken: ik wil mens worden zoals Jezus was, zoals Abraham was. Grootmoedig, zachtmoedig, vrijgevig. Je roeping serieus nemen betekent: veranderen: oude gewoontes afleren, nieuwe gewoontes aanleren. Steeds opnieuw. Met vertrouwen, moed, geduld.

Ik geef één voorbeeld uit onze tijd: Een 16-jarig Belgisch meisje, Hilde Kieboom, maakt in 1981 met jongeren uit haar parochie een toeristisch reisje naar Rome en komt in contact met de Sant Egidiobeweging, een sociale beweging, in 1968 begonnen door de student Andrea Riccardi. Het spreekt haar aan. Drie jaar later gaat ze weer naar Rome en dan begint ze – 19 jaar oud - in Antwerpen met een groep jonge studenten een Sant Egidio initiatief: bezoeken van eenzame mensen, daklozen, kinderen van vluchtelingen, dialoog tussen christenen, joden en moslims.
Kernwoorden in de Sant Egidio beweging zijn: ontmoeten, vriendschap, trouw. Ze sluiten vriendschappen: met daklozen, eenzame ouderen, armen. In haar boek noemt Kieboom het voorbeeld van een oudere vrouw Elvira die zwaar aan de drank is en haar bovenwoning - boven een café - niet meer uitkomt. Door de regelmatige bezoeken van de studenten ontdekt Elvira dat haar leven toch wel het leven waard is en ze leeft nog 15 mooie jaren.
Hilde Kieboom is voor mij een mooi voorbeeld van roeping, leven zoals Jezus dat voordeed.
In 2003 is ze tot barones verheven door koning Albert. Als u haar wilt ontmoeten: dat kan.
Hilde Kieboom komt hier as zaterdagmiddag spreken.

U denkt misschien: de vraag naar mijn roeping is voor mij niet meer zo relevant. Ik ben gepensioneerd, mijn kinderen zijn het huis uit, ik ben zoals ik ben. Maar bedenk:
Abraham was 75 jaar toen hij vertrok uit zijn vaderland en begon aan zijn nieuwe leven.
Ik wil maar zeggen: ook u kunt nog veel veranderen.

Huib Klamer

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.