Overweging 25 maart 2018 - Palmzondag - door Adriaan van Es

 

Overweging Palmpasen                                                                                                              25 maart 2018

                                                                                                                                                             Adriaan van Es

 

Laat mildheid binnenkomen!

 

Heeft u dat ook, herinneringen aan je kindertijd met Palmpasen? In optocht lopen met andere kinderen, in de kerk of buiten, ieder met een zelfgemaakte, of in elk geval zelf versierde Palmpasen stok? De versieringen vergelijken, de snoepjes en natuurlijk het broodhaantje….

Een kinder-ritueel, en je wist wel dat het met de intocht van Jezus te maken had, en je zong het Hosanna mee.

Daarover gaat het vandaag: ons Hosanna bij de intocht. En ja, de intocht van wie, en van wat? Wie willen we binnenhalen? Van wie laten de stem en de blik binnen? Van machtige heersers of van mildheid?

 

In Jesaja horen we de lijdende knecht des Heren aan het woord. Jesaja vertelt over zijn lijden, zijn vernederingen en de folteringen, die hij moet ondergaan omdat hij trouw is aan God en aan de Thora.

In deze hoofdstukken van Jesaja was er een einde gekomen aan de Babylonische ballingschap. Babylon was verslagen door Perzië, en de nieuwe heerser, de Perzische koning Cyrus, of Kores zoals in de bijbel en een straat in Jerusalem naar hem heet, liet de Joden naar Jerusalem terugkeren en de Thora weer in vrijheid herstellen.

Jesaja beschrijft Sion, Jerusalem als een prachtige bruid, als schitterende stad om naar terug te keren.

 

Maar die terugkeer naar Jerusalem, wat hield dat in? Het volk was veelal vervreemd geraakt van God en de Thora. In de voorgaande hoofdstukken horen we de klachten van Sion (Jerusalem dus) dat God hen verlaten heeft, en het weerwoord van God, die tegen het volk zegt: “hoe kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?”

Jesaja herinnert het volk aan God’s trouw aan zijn volk, aan het verbond tussen hen, aan het feit dat Gòd eeuwig trouw is… maar dat het volk ook haar deel van het verbond moet doen.

Maar wìl het volk dat wel zien en doen? Dan geeft Jesaja stem aan de lijdende knecht, die God wèl volgt. De trouw van de knecht de Heren aan God en Thora betekent een lijdensweg: bespotting en foltering door zijn medemensen is zijn deel. Maar hij houdt zijn rug recht, onttrekt zijn gezicht niet aan beschimping, blijft trouw aan de Heer Jahweh.

Wie was dat, die lijdende knecht, wat is er van hem geworden, moest hij in eenzaamheid zijn weg gaan? Wilde dan niemand met hem mee op zijn weg? Nee, niemand! En in eenzaamheid, tot het bittere eind, misschien wel tot in de dood is hij zijn weg gegaan.

En beschaamd denken de Israëlieten na over deze knecht en gedenken hem met de profeet Jesaja.

 

Jesaja schreef honderden jaren vóór Jezus, maar de herinnering van zijn profetie was springlevend. Er waren al heel lang geen profeten meer geweest, maar de belofte van de lijdende knecht die Israël zou redden zat stevig in de collectieve herinnering.

Ook bij de mensen om Jezus, ook bij Marcus. Laten we eens kijken naar de tijd waarin Marcus zijn evangelie schreef. We lezen het bekende verhaal: de instructie om een veulen te halen, het begrip van de omstanders als het veulen gehaald wordt, het leggen van mantels op het dier, het plaatsnemen van Jezus op het veulen, en de vele mensen die groene takken en mantels op de weg legden, al roepend “Hosanna, gezegend de komende in de naam des Heren!” Dat Hosanna, dat betekent “Help dan toch!”. Het onderdrukte volk verwelkomt zijn bevrijder: “Help dan toch!”.

De binnenkomst van Jezus speelde zich af tegen de achtergrond van een geheel andere binnenkomst in Jerusalem ten tijde van Marcus. Toen hij het evangelie schreef was enige tijd daarvoor Jerusalem ingenomen door de Romeinen, de Tempel was verwoest en geplunderd. Deze vreemde heersers waren hoog en trots te paard, neerkijkend op het volk, met geweldig trompetgeschal en tromgeroffel de stad binnengekomen, als een overwinnaar. Een vreemde cultuur, die geen Thora kende, zou overheersen.  

Die catastrofe was Marcus bekend. Des te sterker was het verlangen naar een bevrijder, een andere koning. En Marcus beschrijft hem als de lijdende knecht uit de profetie van Jesaja, en als de messiaanse gestalte waar de profeet Zacharia al 400 jaar eerder over schreef: als een nederige koning op een ezel. De vervulling van het oude maar levende visioen van Zacharia: een vredevorst, rechtvaardig en zachtmoedig, op een ezelinnenjong waarop nog nooit iemand gezeten had.

 

Wat een contrast! Geen triomferende overwinnaar, hoog te paard, maar een dienaar Gods, die als in de profetie, laag op een veulen, de stad in is gegaan. Wat het volk precies verwachtte weten we niet, wel bevrijding, maar hoe? Jezus wist wel dat zijn weg moeilijk zou zijn, zoals door de profeten was voorzegd. Zijn consequente keuze om de profetie te volgen en God te dienen, zou uiteindelijk tot zijn dood leiden. Aan zijn leerlingen had Jezus zijn lijden, veroordeling en dood al aangekondigd. Maar ik denk dat het volk dát bij de binnenkomst niet verwachtte.

 

Wat betekent dit verhaal nu voor ons, voor mij? Herkennen wij iets van deze intocht?

Als de tijden zo onzeker zijn, of zo chaotisch of gewelddadig, is er dan geen behoefte aan een sterke leider? We horen die roep toch vaak? Laat iemand eens orde op zaken stellen… Een sterke leider is nodig… Dat soort geluiden kan je toch vaak horen. Het kost weinig moeite om ons te herinneren met welk enthousiasme miljoenen mensen dictators als Stalin of Hitler verwelkomden, allen hoog te paard. En ook nu is het niet anders: zijn huidige leiders niet ook hoog te paard en door enthousiaste menigten binnen gehaald?

 

Wat moet ik dan met de nederige koning? Ik denk dit: de boodschap van de lijdende knecht, en van Jezus vraagt dat ik mildheid moet laten prevaleren? Dat ik de mens volg die zich om de ander bekommert, de lijdende mens, dat ik open sta voor de vragende blik van die medemens.

Ogen en zien zijn cruciaal in menselijk contact. We zien vaak sneller en meer dan woorden kunnen zeggen. De lijdende mens in Jesaja ‘onttrok zijn gezicht niet’, bleef kijken maar het volk volgde hem niet. Jezus kijkt niet op ons neer, hij zit laag op een veulen, op ooghoogte. Hij kijkt ons aan, ons uitnodigend om hem te volgen. Als Jezus gevangengenomen is voorgeleid en Petrus hem tot drie keer toe verloochent, draait Jezus zich om en kijkt Petrus aan. De blik van degene die we zeggen te volgen maar die we zo vaak verloochenen. In die blik kijkt Jezus ook mij aan, en herinnert mij aan mijn verloochening van Hem, mijn niet-volgen.

 

Het is ook een vraag aan mij persoonlijk, wat ik als individu en als lid van de gemeenschap binnen wil laten. Ben ik bereid om zachte krachten binnen te laten? Want hoe doe je dat? Ik vind dat best lastig, want heeft mildheid wel effect? Het is een gevecht om daar toch aan te denken en het een kans te geven om mildheid te laten prevaleren. Te proberen dat in mijn werk en persoonlijke relaties te doen. Eerst luisteren, dan praten bijvoorbeeld; of eerst kijken naar de behoeften van de ander, dan pas naar de mijne. En die opdracht te vertalen naar politiek en economie.

Het blijft een opgave om de roep van Jezus om rechtvaardig en zachtmoedig te zijn bij mij binnenlaten. Ergens weet ik het wel, maar het kan zo moeilijk zijn om te doen. Misschien is het makkelijker om het samen te doen, als geloofsgemeenschap, als kerk. Elkaar de vrede toewensen en met elkaar het brood delen zijn er alvast de tekenen van. Laten we de mildheid ook met elkaar en onder elkaar binnenlaten, en laten we straks de groene takjes waarmee wij Hosanna zingen, thuis bewaren als een als teken van die belofte.

 

Amen

 

 

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.