Overweging 15 april 2018 door Adriaan van Es

 

Hoe zijn wij kerk?                                                                              Overweging 15 april 2018

                                                                                                              Adriaan van Es

 

 

Hoe kerk te zijn? Dat is volgens mij de kernvraag die voortkomt uit de lezingen van vandaag: Handelingen gaan immers over de beginnende kerk.

Een heel actuele vraag, waar velen mee worstelen, zeker nu kerken leeglopen en vanzelfsprekendheden verdwijnen. Hechten we aan dogma’s, tradities en de hiërarchie van bisschoppen en Rome, of kijken we naar gemeenschappen, naar de straat, naar de mensen waar Jezus mee sprak en omging?

 

Meestal hebben we een lezing uit het OT en één uit het evangelie. Maar vandaag zijn beide lezingen uit het NT, en ook nog eens van dezelfde auteur. Want het evangelie van Lucas en de Handelingen van de Apostelen werden door dezelfde auteur geschreven, hoogstwaarschijnlijk een ‘godvrezende’, een niet-jood, die zeer dichtbij de Jezusvolgende joden stond. Oorspronkelijk was het één boek, maar bij het vaststellen van de bijbelcanon werden de delen gesplitst. Toch vormen de boeken een tweeluik: het eerste deel, het evangelie gaat over het leven en werk van Jezus, en handelingen begint

ná de dood en opstanding van Jezus met zijn hemelvaart, en beschrijft vervolgens hoe de apostelen, en vooral Petrus en Paulus de eerste kerkgemeenschappen stichtten.  Je kunt het je bijna niet voorstellen: er is geen enkel voorbeeld, geen enkele blauwdruk hoe een kerk georganiseerd moet worden. Iedereen doet dat naar eigen inzicht, zoals dat blijkt uit de brieven van Petrus en Paulus. En dat gaat natuurlijk gepaard met enorme meningsverschillen en ruzies, die soms vele eeuwen, tot de huidige tijd voortduren.

 

Gaan we eerst naar het evangelie. In de lezing van vandaag vertelt Lucas heel plastisch over de komst van Jezus naar zijn leerlingen. Zij waren in diepe rouw, voelden zich verweesd, een grote leegheid hoe het verder moest zonder Jezus. Er waren wel getuigen geweest die Jezus hadden gezien na zijn dood, maar kan je dergelijke mensen geloven? Waren dat geen dromen geweest? Iedereen kent wel de beelden en dromen van een bijna tastbare aanwezigheid van een geliefde die is overleden. Zo was Jezus gezien door de vrouwen bij zijn graf, en door de Emmaüsgangers. En terwijl die hun ervaringen vertellen, staat Jezus ineens in hun midden. ‘Vrede’ zegt hij als begroeting, en hij vraagt waarom ze zo geschokt zijn. “zie mijn handen en mijn voeten, ik ben het zelf. Betast me en zie: anders dan een geest heb ik vlees en botten’. Lucas laat Jezus zeer nadrukkelijk zeggen “ik ben het zelf’. De opgestane is de gekruisigde, zijn liefde is tastbaar geworden. God ontfermt zich over de mens die wonden heeft opgelopen en getekend is door lijden. Dat heel lijfelijke benadrukt Lucas, die arts was,  ook omdat er in die tijd al groepen waren die een heel vergeestelijkte visie op Jezus hadden. De nadrukkelijke lichamelijkheid past bij de joodse profetie van de komst en het lijden van de lijdende knecht des Heren.

Jezus doet er nog een schepje bovenop; hij vraagt iets te eten, en zij gaven hem een stukje gebakken vis. Hoe lichamelijk wil je het hebben! En in die vis is ook een symbool van de vroegste christenen. Kijk even op het plaatje op de voorkant van het boekje. Vóórdat het kruis het symbool van belijdende christenen werd, was het ichthus teken dat, een getekende vis. Het griekse i-ch-th-u-s staat voor Jezus Christus Zoon van God, Redder.

Met de Emmaüsgangers at hij brood, en nu eet hij vis, ook die combinatie komt ons bekend voor. En hij legt de schriften uit: alles wat er over mij geschreven staat in de Thora, de Profeten en de Psalmen (de gehele joodse bijbel) is nu vervuld. En hij opende hun verstand, zodat zij de schriften begrepen, waarmee Jezus zich in die traditie plaatst.

Na onze lezing begeleidde hij hen naar Bethanie, naar de Olijfberg ligt, de plaats waar volgens de profeet Zacharia God zich zal openbaren op de laatste dag. Het is ook de plaats waar Jezus werd gevangengenomen en vernederd. Die berg zal ook getuige zijn van zijn verhoging, figuurlijk en letterlijk, want op die plek volgt dan zijn ten hemel opneming.

 

In Handelingen zijn we inmiddels wat later. Het is na Hemelvaart, de lege plaats van Judas is weer ingevuld, en de wonderbaarlijke ervaring van de uitstorting van de Heilige Geest hebben plaatsgevonden. Maar hoe nu verder? Hoe nu vorm te geven aan de opdracht van Jezus om hem te volgen, en te getuigen van zijn leven, lijden en opstanding?

 

In onze lezing richt Petrus zich in een toespraak tot de ”Joden en inwoners van Jerusalem”. Hij legt uit wat er zojuist is gebeurd: toen Petrus en de zijnen gewoontegetrouw naar de tempel gingen, troffen zij een verlamde bedelaar aan. Als ‘onreine’ mocht deze man de tempel niet in. Petrus kijkt hem aan, staart hem aan (kijkt niet naar de hemel, maar naar een verstoten medemens) en geneest de man, waarna die ook de tempel in mag. Wij lezen dat Petrus aan de verbaasde menigte uitlegt dat hij dit alleen uit de kracht van Jezus kon doen.

Hij zegt over Jezus, dat God hem ‘uit de doden’ heeft opgewekt. Hij zegt niet ‘uit de dood’, maar ‘uit de doden’; de ‘doden’ dat zijn niet alleen de gestorvenen, maar ook degenen die door de dood zijn bevangen, die als het ware leven als gestorvenen. Uit díe staat kan een mens ook tijdens zijn leven worden opgewekt. Een opwekking tot leven, nu en hier, niet ná de dood.

Na deze toespraak worden Petrus en zijn mensen gearresteerd en ondervraagd door de tempelautoriteiten, de Sadduceeërs, die niet in een opstanding of een leven na de dood geloofden. Spanningen volop, en confrontaties, en intussen groeit het aantal aanhangers van Petrus snel.

 

Het is het begin van het ontstaan van de gemeente in Jerusalem, en het begin van de kerk. Er zullen nog veel conflicten en verschillen van mening volgen; wie hoort er bij, wie niet? Alleen joden, ook heidenen? De geloofsgemeenschappen ontstaan niet alleen in Jerusalem, maar in het hele bekende wereld. Petrus en vooral Paulus heeft er handenvol werk aan om dat allemaal te ‘managen’ om een moderne term te gebruiken.

De aantrekkingskracht van de boodschap van Jezus is vanaf het begin geweest: bevrijding voor iedereen: jood en heiden, vrouw en man, slaaf en vrije, knecht en meester, vreemdeling en bekende, zwarte en witte, arme en rijke.

De bevrijding die er voor iedereen is, wordt ook vertaald naar politiek en economie. Daarom is de boodschap van de bevrijding ook opruiend, zaagt aan de poten van de gevestigde orde, en klaagt onrecht aan.

 

Vorige week liepen we met veel mensen naar het hek van detentiecentrum Zeist, waar onschuldige mensen gevangen zitten die niet over de juiste papieren beschikken. Zoals Giny vorige week al zei: het is een groot onrecht dat zij daar zitten en het minste wat wij kunnen doen en dat aan de kaak stellen.

Jezus roept ons op tot een leven van ‘heiligheid’, d.w.z. ‘heelheid’. 

Zes dagen geleden kwam Paus Franciscus met een apostolische brief ‘Gaudete et Exsultate”, verheugt u en juicht!
Het volgen van Jezus is vreugdevol! Franciscus benadrukt dat heiligen niet zozeer diegenen zijn die de kerk als heilig
heeft benoemd, maar b.v. “ouders die met grote liefde hun kinderen opvoeden, mannen en vrouwen die hard werken
om hun familie te onderhouden, de zieken, oudere religieuzen die hun glimlach hebben behouden”.

Een ander voorbeeld van Franciscus: “Als ik een persoon tegenkom die buiten op een koude nacht slaapt, kan ik hem
of haar zien als een ergernis, een niksnut, een obstakel op mijn pad, een verontrustend gezicht, een probleem voor
politici om op te lossen, of zelfs een stuk afval in de rommel van de openbare ruimte… Of ik kan antwoorden met geloof
en naastenliefde en in deze persoon een mens zien met een waardigheid die identiek is aan de mijne, een schepsel dat
oneindig geliefd is door de Vader, een beeld van God, een broer of zuster die door Jezus Christus is verlost. Dat is wat
het is om christen te zijn! Kan heiligheid anders worden begrepen dan met deze levendige erkenning van de waardigheid
van ieder mens?”, tot zover onze paus.

Ja, inderdaad! Hoe willen we kerk zijn?! Hoe ver staat onze kerkdeur open? Jezus luisterde naar de kinderen, ging om met hoeren en tollenaars; horen wij ook de stem van de kinderen? En de stem van hoeren en tollenaars?

Hoe willen wij kerk zijn? Laten we ervoor zorgen dat allen welkom zijn, hier binnen, bij zang, overweging, dat allen zonder uitzondering welkom zijn bij de maaltijd des Heren, waarin wij de aanwezigheid van Jezus beleven.

Kerk met een open deur, met een stem van de verdrukten, met een oor voor de stemlozen, een welkom voor iedereen, laat dat de kerk van bevrijding en vrede zijn.

 

Moge het zo zijn

 

 

 

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.