Overweging 22 april 2018, 4e zondag van Pasen, door Fred van Kan

4e zondag van Pasen, Jaar B, 22 april 2018,

 

Fred van Kan

 

Door niemand anders komt de redding dan door Jezus van Nazareth, Hij is het die leven brengt. Dat is voor Petrus zonneklaar. Na de diepe droefheid en verslagenheid die Jezus’ dood aan het kruis teweeg had gebracht, is er onder zijn leerlingen een nieuw élan ontstaan. Zij realiseren zich dat de dood niet het laatste woord heeft. Heel sterk ervaren zij dat Jezus, hun leidsman, nog steeds met hen gaat. Zij voelen de kracht van zijn naam en zij zijn begeesterd als zij Jezus’ boodschap verkondigen. Hoewel Jezus niet meer van dag tot dag bij hen is als tevoren, is hij toch bijna voelbaar aanwezig. Maar waar eerst hij rondging, is het nu aan hen om uit Jezus’ naam de blijde boodschap te brengen en dat doen ze ook. Ze durven daarbij risico’s te nemen. Petrus houdt een redevoering en schroomt niet om bij de tempel de priesters, het religieuze establishment, aan te spreken. Hij wijst erop dat het heil van Jezus komt. Daarbij betrekt hij een zinsnede uit psalm 118 op Jezus: “De steen die de bouwlieden verwierpen is de hoeksteen geworden”. Jezus die op aandrang van de Joodse religieuze leiders werd gedood, zo houdt hij de priesters voor, is nu degene wiens naam tot zegen strekt.

Het is een bijzonder krachtige ervaring geweest die de leerlingen hebben doorgemaakt. Eerst is er de ondergang van Jezus, dan volgt Pasen en straks zal er Pinksteren zijn. Anders gezegd: de beweging die Jezus van Nazareth bij zijn leven heeft ontketend, is levenskrachtiger dan ooit. Zijn boodschap van een nieuwe aarde, van een wereld vervuld van gerechtigheid, wordt door de leerlingen niet alleen verkondigd, maar in hun leven verwezenlijken zij wat Jezus hun heeft voorgehouden. Het kruis wordt voor hen symbool van nieuw leven en staat niet langer voor de dood. Zij keren zich na de eerste ontmoediging uiteindelijk niet af, maar zij be-keren zich. Ze durven hopen en leven, tegen de hoofdstroom van de maatschappij in.

 

Wie Jezus is, de mens die de leerlingen zo intensief volgen, ook nu hij niet meer in hun midden is, wordt in het evangelie van Johannes waaruit we vandaag lazen, op verschillende manieren weergegeven. Deze evangelist doet dat onder andere door uitspraken van Jezus aan te halen zoals “ik ben het brood des levens”, “ik ben het licht der wereld” en “ik ben de weg, de waarheid en het leven”. En in de tekst van vandaag dus de uitspraak: “ik ben de goede herder.” Door Jezus zo voor te stellen, verwijst Johannes naar het Oude Testament waarin het beeld van de herder veel voorkomt: Abel, Abraham, Isaac en Jacob waren herders, Mozes wordt als herder van zijn volk gezien en koningen en rechters komen als goede en slechte herders voor.

Jezus als goede herder: hij is degene die recht tegenover de slechte herders staat. Slechte herders van wie  de profeet Ezechiel zegt “het zwakke dier geeft ge niets om aan te sterken, het zieke dier geneest ge niet, het gewonde verbindt ge niet, het verdwaalde brengt ge niet terug en het verlorene zoekt ge niet; ge behandelt de dieren hard en ruw. Ze raken verspreid omdat niemand ze weidt; ze vallen ten prooi aan de wilde dieren of raken verdwaald. Mijn schapen dolen rond over alle bergen en hoge heuvels; over heel de aarde zijn mijn schapen verstrooid, zonder dat er iemand naar vraagt of naar zoekt.” Ezechiel doelt hier op de koningen van Israël van zijn tijd, die hun volk slecht regeren. Jezus daarentegen is uit een heel ander hout gesneden. Hij is niet op macht uit, hij wil niet heersen, maar verkondigt een boodschap van liefde, vol overgave. En toen hij dat met de dood moest bekopen, bleef hij trouw aan wat hij altijd had verkondigd: Heb elkaar lief.

 

Jezus als de goede herder heeft van oudsher tot voorbeeld gestrekt voor kerkelijke leiders. Zij hebben zich in het voetspoor van Jezus als herders en het liefst natuurlijk als goede herders van hun gemeenschappen beschouwd. Niet voor niets worden ook nu nog priesters en dominees als pastor aangeduid, dat is Latijn voor herder. Je kunt wel zeggen dat zij bij uitstek geroepen zijn om te handelen als een goede herder. Zorgzaamheid, aandacht en liefde zonder onderscheid: dat is wat we van herders binnen onze kerken mogen verwachten en waarop we ze mogen aanspreken. Maar het is te makkelijk om het daarbij te laten als we nadenken over de goede herder. Ook voor ieder van ons geldt, dat er situaties zijn waarin we oog in oog komen te staan met zwakkeren in onze samenleving, met medemensen die buiten de boot vallen. Herinneren we ons dan het beeld van de goede herder?

Vandaag, hier en nu, laten we ons inspireren door het beeld van de goede herder en zijn we ongetwijfeld genegen om daarnaar te handelen. Ik weet niet hoe dat met u gaat, maar morgen, als de alledaagse werkelijkheid weer daar is, dan komt het erop aan. Ik geef zelf leiding, maar lukt het me dan om naar Jezus’ voorbeeld  te handelen? Heb ik dan werkelijk oog voor medewerkers in ons bedrijf, geef ik dan ruimte aan hun denkbeelden? En als prestaties iets minder of anders uitvallen dan ik voor ogen had… Wissel ik ze dan, al is het maar in gedachten, liever in voor anderen? Als negatief over collega’s wordt gesproken, neem ik het dan voor ze op? Handelen als een goede herder: het is knap lastig in de praktijk te brengen. Ik heb dan ook veel respect voor degenen die in onze tijd toonbeeld zijn geweest van de goede herder. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Salvadoraanse aartsbisschop Oscar Romero, die onlangs in het nieuws was omdat de paus hem heilig wil verklaren. Hij maakte, hoewel uit elitekringen afkomstig, de ommezwaai naar een volledige keuze voor de armen en schroomde niet om de machthebbers voor te houden dat zij degenen waren die hun eigen mensen onderdrukten, martelden en vermoorden. Hij was zijn leven niet zeker maar ging door. Op 24 maart 1980 moest hij dat met de dood bekopen. Ook dominee Martin Luther King blijft een lichtend voorbeeld, dit voorjaar alweer vijftig jaar geleden werd hij vermoord. Maar we hoeven voor inspiratie eigenlijk niet de wereld over. Ook dichtbij zijn er genoeg mensen die ons kunnen inspireren, zoals degenen die deelnemen aan de maandelijkse wake bij het detentiecentrum in Zeist om op te komen voor vluchtelingen die gevangen worden gezet omdat zij niet over geldige verblijfsdocumenten voor ons land beschikken. Alweer 150 keer zijn zij naar de hoge hekken gegaan, onvermoeibaar…

 

De leerlingen verborgen zich na Jezus’ kruisiging. De weg die hij was gegaan, was letterlijk doodgelopen. Maar stap voor stap kwamen de herinneringen aan zijn uitspraken terug. Zij zagen  wie hij te midden van hen was geweest scherp op hun netvlies en zij wisten: wij zijn geroepen om op zijn weg voort te gaan en zijn evangelie te verkondigen. Dankzij de verhalen die deze eerste christenen optekenden, hebben ook wij weet van Jezus van Nazareth. Een mens, die het Rijk Gods zo zeer werkelijk leefde, dat hij wel God wordt genoemd. Een bijzondere leidsman die het waard is om na te leven, die het waard is om te overdenken. Een mens die niet in een enkel woord kan worden weergegeven, Oosterhuis had maar liefst negentwintig namen voor hem nodig, wij zullen ze straks zingen:

Naaste. Vreemde. Jood. Zaad.

Boom aan de bron. Bruidegom. Weg.

Droom van een mens. Deur open. Hoeksteen.

Sleutel. Leeuw van Juda. Lam. Gerechte.

Herder. Parel. Twijgje. Vis. Brood.

Woord. Wijnstok. Zoon van God. Knecht.

Stromen levend water. Morgenster. Koploper.

Enige. Onzegbaar gezegde.

Mogen wij die mens in ons hart sluiten, mogen wij zijn roepstem horen. Dan wordt het Schriftwoord waar: wat zoekt gij de levende bij de doden?

 

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.