Overweging 18 oktober 2020 - door Adriaan van Es

Niet de keizer, maar God                                                                            overweging 18 oktober 2020

                                                                                                                                              Adriaan van Es

 

Jesaja is de profeet van de messiaanse verwachting. Tijdens de Babylonische ballingschap ging het vuur van die messiaanse verwachting feller branden, in het verlangen terug te keren naar Jerusalem. Jesaja zag aanvankelijk in koning Hizkia de belichaming van de messiaanse hoop, de messias, de gezalfde. Maar hij werd bitter teleurgesteld, toen Hizkia zich in rampzalige politieke avonturen begaf. Jesaja ziet zijn messiaanse verwachting in deze koning in rook opgaan en door de pijn in zijn hart breekt er een nieuw en dieper inzicht in de betekenis van de messias, de gezalfde door. Niet meer staat een koning in het centrum, maar de ‘knecht van de Eeuwige’, het hele volk, een op de toekomst gericht messianisme. Ieder die in de geschiedenis van het volk reddend optreedt kan nu messias genoemd worden. Zelfs de niet Joodse Koresj kan zo worden genoemd, zoals we in de eerste lezing hoorden. Koresj was de Perzische koning die het volk liet terugkeren naar Jerusalem, en hen hielp de Tempel te herbouwen. In Jerusalem is er zelfs nog steeds een Koresj-straat, ter ere van deze gezalfde vreemdeling.

In Jezus’ tijd was er een precair evenwicht tussen de Romeinse overheersing en de Joodse godsdienstvrijheid. Liever geen oproerkraaiers dus die de status quo verstoren. Maar Jezus was nu juist wel zo’n oproepkraaier. In het evangelie krijgt Jezus een strikvraag voorgelegd door twee mannen: “mag men belasting betalen aan de keizer?”. De één is een Herodiaan, iemand die met de Romeinen samenwerkt, de ander een Farizeeër, die zeer strikte naleving van de wet benadrukt. Jezus doorziet hen en vraagt hen een denarie te laten zien – een Romeinse munt met afbeelding van de keizer. [zo’n denarie staat op de voorkant van de orde van dienst] . Als Jezus ja zegt, zal hij verraad plegen tegen de Wet; immers er staat een vergoddelijkte caesar op de munt, dat is een ernstige overtreding van de Wet. Als hij nee zegt, overtreedt hij de Romeinse wet en kan hij daarvoor worden aangeklaagd. Hij geeft echter het beroemde antwoord: “geef dan aan de keizer wat des keizers is, en aan God wat van God is”.

Hoe moeten we dit nu verstaan? Het antwoord van Jezus is door generaties geestelijke leiders, dominees en pastoors, geduid als een aanmoediging om gewoon belasting te betalen aan het gezag dat boven je staat, en tegelijk een vrome gelovige te zijn, in feite dus een gehoorzaamheid aan de status quo. Maar als je het verhaal goed leest is er meer aan de hand! Jezus heeft zelf n.l. geen munt bij zich, hij betaalt geen belasting. Zijn uitdagers wel, zìj betalen wel belasting. En bovendien staat er op die munt een vergoddelijkte keizer, een afgod. De Tora weet wel raad met afgoden: totale vernietiging. Impliciet was dat de revolutionaire boodschap van Jezus: geen belasting aan een afgod, de enige heilige is de Eeuwige, de onuitsprekelijke, een oproep om zich aan de Wet te houden, Tora te doen, zorg voor armen, voor weduwen, de Sabbat te heiligen, en ook het Sabbatsjaar en het Jubeljaar, waar alle schulden worden vrij gescholden.

Wat betekent dit nu voor ons? Belasting lijkt zo’n aards, saai en vervelend onderwerp. Maar toch: het heeft alles te maken met de vraag hoe we onze samenleving vormgeven. Gehoorzamen we aan de keizer? Aan de autoriteit die boven ons staat? Aan willekeur en ongelijkheid? Aan een systeem dat ongelijkheid vergroot en zwakkeren uitsluit? Belastingparadijzen en schikkingen voor grootscheepse fraude? Even een heel praktisch voorbeeld: betalen we belasting voor subsidie aan een windmolenpark in de Wieringermeer waar alleen een datacentrum van Microsoft profijt van heeft, en de honderdduizenden huishoudens ter plekke daar niet van mogen meeprofiteren? Slechts één van de voorbeelden van de vraag over zeggenschap, participatie en solidariteit. In onze huidige corona-tijd knellen deze overwegingen des te meer; met toenemende uitsluiting, toenemende armoede en mensen die aan de kant staan wegens werkloosheid, faillissement en ziekte, kàn eenvoudigweg een systeem waarin extreme rijkdom en schaamteloos hoge bonussen normaal zijn, niet meer een rechtvaardige basis hebben.

Paus Franciscus heeft recent een nieuwe encycliek geschreven “Fratelli tutti” over sociale en economische gerechtigheid. Ik zou er aan willen toevoegen Fratelli e Sorelli tutti, een kleinigheid maar toch belangrijk…immers niet allen broeders maar ook zusters… maar goed: de Paus rekent af met de uitwassen van het neoliberalisme, en het geloof in de zegeningen van de markt. Hij zegt, en ik citeer Fred van Iersel, die binnenkort bij ons in een bijeenkomst over deze encycliek zal spreken: “De paus wijst erop dat het gebruik van eigendom aan allen ten goede moet komen. Dat doet hij aan de hand van het beginsel uit de sociale leer dat goederen een universele bestemming hebben, met …. (let op!)… de positie van de minst bedeelden als referentiegroep…en: Daarbij moeten we ook bedenken dat het toekennen van rechten niet ophoudt bij de grenzen van ons land of ons continent.

Vandaag is het Missie-zondag. Ik hoop vurig dat mensen van de missie deze boodschap van Paus Franciscus blijven uitdragen, in woorden en vooral in de praktijk.

Volgend jaar zijn er verkiezingen. Daar kunnen we, u en ik, wij allemaal, invloed uitoefenen op de manier hoe we een rechtvaardige samenleving vormgeven. Laten we daarbij vooral bedenken dat we weliswaar ‘de keizer geven wat des keizers is’, maar vooral, en belangrijker, aan God wat van God is.

 

Moge het zo worden

 

 

 

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.