Overweging 8 november 2020 - door Fred van Kan

32e zondag door het jaar, Jaar A, 8 november 2020

Fred van Kan

 

Zijn wij waakzaam? En zijn we dat niet, wat betekent dat?

Als je de gelijkenis van de domme en de verstandige meisjes uitlegt zoals dat al eeuwen is gebeurd, ook door Philipp Nicolai in Wachet auf, ruft uns die Stimme, dan heeft deze parabel de volgende betekenis.

De tien meisjes staan voor de mensheid, voor ons. De helft van ons is wijs, verstandig, de andere niet. De bruidegom in de gelijkenis is Christus. We verwachten zijn wederkomst, maar die blijft lange tijd uit: dat is het wachten op de bruidegom. De ene helft van de mensheid bereidt zich voor op de wederkomst van Christus en de vestiging van het Rijk Gods, de andere is daar niet op bedacht. Als Christus dan op het einde der tijden verschijnt en het moment van het Laatste Oordeel is daar, dan zal de helft die paraat is het hemelse Jeruzalem ten deel vallen zoals bezongen in de koraal van Nicolai:

”Geen oog heeft bespeurt

Geen oor heeft ooit gehoord

Van zulk een vreugde.

Daarom zijn wij verheugd, io, io

Eeuwig in dulci iubilo”.

Maar daarnaast is er die andere helft waarvan Nicolai in zijn koraal niet rept. Die vertrekt naar waar geweend wordt en waar tandengeknars klinkt.

Zo is deze parabel de eeuwen door uitgelegd, met angst voor de dood als gevolg: wat zou je toekomst zijn, het eeuwig leven of een verblijf in hel of vagevuur. Hoorde je bij de dommen of bij de wijzen, was je onder de bokken of de schapen. Zou God je op enig moment ontvangen of zou de deur gesloten blijven? Is dat wat Jezus ons met deze parabel voorhoudt, als je even niet bij de les bent, dan word je buitengesloten? Het is een lastige en ook heftige evangelielezing die ons vandaag wordt aangeboden.

 

Maar gaat het hier werkelijk over eeuwige verdoemenis of blijvende intense vreugde? Kijken we nog eens naar onze tekst. Jezus staat volledig in de Joodse traditie als hij zijn boodschap verkondigt aan de hand van een parabel en met een verhaal ontleend aan het gewone leven. In de gelijkenis van vanmorgen gaat het over een bruiloft. Daarbij hoorde het binnenhalen van de bruidegom bij het huis van de bruid omringd door vrienden met fakkels. Gezamenlijk trok men dan naar het huis van de vader van de bruidegom om het huwelijk te voltrekken. Het lange wachten op de bruidegom was vaak een gevolg van het tot op het laatste moment onderhandelen over de bruidsschat.

Jezus houdt zijn gehoor voor: wil je aan de ceremonie van de bruiloft deelnemen, wil je bij de bruiloft zelf zijn, dan moet jij je daar goed op voorbereiden. De bruiloft is dan het moment van omkeer, het moment waarop het Rijk Gods wordt gevestigd. Dat ligt niet in een verre toekomst en heeft ook niets met een wederkomst van Jezus te maken. Even eerder in ditzelfde evangelie zegt Jezus: ‘Ik verzeker jullie, deze generatie gaat niet voorbij voordat dit allemaal gebeurd is’. Hij is er dus van overtuigd dat hij en zijn volgelingen de omkeer zullen meemaken, ja dat het Rijk Gods zich in het hier en nu zal voltrekken. Precies zoals hij het al eerder had gezegd: ‘Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is ophanden.’ Jezus spreekt niet over een Rijk Gods dat zich in een andere, hemelse wereld voltrekt, in een verre toekomst, nee, het Rijk Gods komt in het hier en het nu en in het handelen van mensen. En daar moet je klaar voor zijn, anders sta je ernaast, dan heb je er geen deel aan, dus: Wees waakzaam, want je kent dag noch uur!

Ik denk dat hier ook de sleutel ligt voor ons om aan het evangelie van vandaag betekenis te geven in ons leven.

Wees waakzaam, want je kent dag noch uur: zorg ervoor dat je openstaat voor de wereld om je heen. Je weet niet wanneer jouw inzet wordt gevraagd. Om met Jezus te spreken, heb oog voor wie honger heeft, heb oog voor wie dorst heeft, heb aandacht voor de vreemdeling, voor de arme en voor de zieke. En heel actueel: heb oog voor hen die lijden onder corona en dat kan in vele vormen zijn: verdriet om het heengaan van een naaste, depressiviteit door een leven in eenzaamheid, somberte door een leven zonder toekomst, verdriet om een leven waarin de hunkering naar de liefdevolle omarming door een medemens geen antwoord vindt.

Wees waakzaam, want je kent dag noch uur: …  Dat geldt ook voor onze inzet voor een wereld die kreunt onder uitputting, waarin de mens de enige maat der dingen is geworden en de natuur het onderspit delft.

Ik wil het heel graag, waakzaam zijn. Toch zijn er voor mij altijd redenen om het aan anderen over te laten, er zijn altijd redenen om mijn inzet uit te stellen. Er zijn altijd redenen om mij terug te trekken in mijn eigen, dagelijkse leven, om de ellende van anderen, maar ook het zwaard van Damocles dat boven onze lieve aarde hangt maar gewoon te vergeten.

Wees waakzaam want je kent dag noch uur… Die oproep kan niet vaak genoeg klinken. Moge hij in ons doordringen, moge hij ons doen ontwaken, vandaag opnieuw.

En als we dan met nieuwe ogen onze weg gaan, met onze fakkels brandend, staand in het licht, dan kunnen we ons laten begeesteren, ons laten leiden door wijsheid, die zo zegt de eerste lezing van vanmorgen, “Stralend [is] en onvergankelijk” en “gemakkelijk wordt ontdekt door wie haar liefhebben en gevonden door wie haar zoeken. Aan wie haar begeren laat zij zich gauw kennen. Wie vroeg voor haar opstaat, hoeft zich niet moe te maken, want hij vindt haar voor zijn deur.”

Troostvolle woorden: als je tot inkeer komt, als je je geweten laat spreken, als je verstilt, dan ervaar je diepere zin, dan komt het inzicht, dan wordt wijsheid ons aangereikt.

Wees waakzaam, want je kent dag noch uur…

Het hoeft geen zware tocht te zijn. Je gaat er niet alleen. Er daagt toekomst. Stel je ervoor open. Ga op weg, gewapend met wijsheid. Dan word je niet overweldigd door donkerte en onrecht, dan is het Rijk Gods geen ver visioen, geen begraven diepst verlangen.

Oosterhuis spreekt in het Lied van het Land, hier vaak gezongen, van dit Godsrijk als het hoge land, waar we hoe dan ook naartoe gaan en waar we bij horen, al doorgronden we dat niet altijd:

“Hoog land, zo ijl, zo weg gezwegen,

Naar jou toe dwalen al mijn wegen

Uit diepten waar geen voeten gaan.

Hoe zou ik ooit jou niet behoren.

O stem, geklonken in mijn oren,

Nog onvergeten onverstaan”.

 

Moge het zo zijn.

 

Geloofsgemeenschap St. Franciscus Xaverius - 't Zand 31, 3811 GB Amersfoort.
Bereikbaar iedere werkdag van 9.00-12.00 u. tel 033 4721705, of 
email.
Voor dringende pastorale zorg kunt u bellen naar: 06-57541222.